Parasitaire Diagnostiek

Darmparasieten

Routinematige onderzoeken worden verricht indien op het aanvraagformulier Parasieten wordt aangekruist.

De uitscheiding van trofozoïeten, cysten en wormeieren in feces is onregelmatig. Echter bij de parasieten PCR volstaat 1 fecesmonster. Afhankelijk van de klinische gegevens wordt ook microscopie uitgevoerd.
Indien deze onbekend zijn wordt alleen PCR uitgevoerd

Bij vaste feces (dwz gevormd) wordt bij de aanvraag amoeben alleen nog maar parasieten PCR uitgevoerd

N.B. Bij aanvraag parasitologie is het van groot belang om bij een verblijf in de tropen het land of de streek te vermelden.

Verder is banaal onderzoek afhankelijk van de macroscopie van de feces en klinische gegevens volgens onderstaande tabel:

Routinematig onderzoek 
SymptomenOnderzoek
GeenWormeieren en cysten
Wormen in de ontlastingWormeieren en cysten (evt. plakbandpreparaat)
Verblijf in tropenWormeieren en cysten
Eosinofilie (na verblijf in de tropen)Wormeieren en cysten
Amoeben
Schistosoma
Strongyloides
Waterdunne fecesWormeieren en cysten (alleen PCR parasieten)
Cryptosporidiën
Cyclospora
Isospora belli
Aanvullend onderzoek*
Enterobius vermicularis
Amoeben (Entamoeba histolytica/ dispar)
Strongyloides
Schistosoma mansonii
Schistosoma haematobium
Taenia species
Isospora belli
Cryptosporidiën  
Giardia lamblia

* Op aanvraag of afhankelijk van de klinische gegevens

Bloed- en weefselparasieten

Bloedparasieten

Bij onderzoek wordt uitgegaan van onstolbaar gemaakt bloed, hiervan worden een dikke druppel preparaat en een uitstrijkpreparaat gemaakt.

  • Aanvraag                     : Malaria-onderzoek
  • Afname                        : Bloedbuis paarse dop (EDTA)
  • Bewaarcondities        : 2-6°C
    CITO-onderzoek. Het materiaal moet zo snel mogelijk naar het laboratorium gebracht worden evt. met een dikke druppelpreparaat verkregen met vingerprik.

Malaria is een levensbedreigende ziekte. Hieraan moet gedacht worden bij elke patiënt met koorts die recent is teruggekeerd uit de tropen. Vijf verwekkers zijn beschreven:

  • Plasmodium falciparum (malaria tropica)
  • Plasmodium ovale
  • Plasmodium vivax
  • Plasmodium malariae
  • Plasmodium knowlesi

Plasmodium falciparum veroorzaakt de meest ernstige vorm van malaria. P. falciparum openbaart zich vrijwel altijd binnen drie maanden na terugkeer uit de tropen. Laat de patiënt prikken door het priklaboratorium van het ziekenhuis en neem contact op met de arts-microbioloog. Voor het invullen van de anamnese is een apart formulier in HIX. Het duurt enkele  uren voor het resultaat van het onderzoek bekend is. Geef duidelijk aan naar wie de uitslag doorgebeld moet worden.

Het effect van de therapie van P. falciparum moet worden gecontroleerd d.m.v. vervolgmonsters.

Indien bij verdenking malaria het eerste bloedmonster negatief is, verdient het aanbeveling het onderzoek nog één tot tweemaal te herhalen.

  • Aanvraag         : Microfilariën
  • Afname            : Bloedbuis paarse dop (EDTA)

De belangrijkste Filaria-soorten zijn:

  • Wuchereria  bancrofti
  • Brugia malayi
  • Loa loa
  • Dipetalonema perstans (syn. Mansonella perstans)
  • Mansonella ozzardi
  • Onchocerca volvulus
  • Dracunculus medinensis

Wanneer geen microfilariën worden gevonden, is een infectie met een van de Filaria-soorten geenszins uitgesloten. Anamnestische  gegevens, periodiciteit, klinisch beeld, bloedbeeld (eosinofilie) en de bevindingen bij serologisch onderzoek kunnen in dat geval aannemelijk maken dat er toch sprake kan zijn van een Filaria-infectie.

Weefselparasieten

Voor een groot aantal onderzoeken is tevens serologisch en/of moleculair biologisch onderzoek mogelijk.

Geschikte materialen zijn o.a.:

  • Urine en lichaamsvloeistoffen
  • Weefselbiopten en aspiraten
  • Corneaschraapsel of biopt
  • Sputum

Aanvullend onderzoek*:

AanvraagAfnameOpmerkingen
Schistosoma haematobiumurine in urinecontainerurine verkregen na langdurig ophouden
Leishmaniabeenmergpunctie, weefselbioptin overleg arts-microbioloog
Onchocerca volvulusskinsnipin overleg arts-microbioloog
Pneumocystis cariniïsputum, bronchiaal spoelsel, BAL
Trichinella spiralisspierbioptin overleg arts-microbioloog
Echinococcushyatidezand, drainvocht, sputumin overleg arts-microbioloog

* Op aanvraag of afhankelijk van de klinische gegevens.

Ectoparasieten

Microscopie:

Van de parasiet zelf

 PCR:

Scabiës: huidschilfers insturen (zie afname huidschilfers voor scabiës).

Infectieserologie bij parasitaire infecties

Serologische methodes worden gebruikt wanneer parasieten moeilijk op een directe manier kunnen worden aangetoond, omdat ze zich bv. in weefsel ophouden. Serologisch onderzoek gebeurt altijd na overleg met de arts-microbioloog. Voor alle bepalingen geldt voor afname: stolbloed

De volgende bepalingen zijn mogelijk:

Infecties met protozoa (ééncelligen):

  • Amoebiasis
  • Leishmaniasis
  • Toxoplasmose
  • Trypanosomiasis

Infecties met helminthen (rondwormen):

  • Anisakiasis
  • Cysticercosis
  • Echinococcosis
  • Filariasis
  • Schistosomiasis
  • Strongyloidiasis
  • Toxocariasis
  • Trichinellosis

Serologische aanvragen worden extern opgestuurd